Donderdag 20 september 2018
Aanvang 20.00 uur. Inloop vanaf 19.30 uur.

Op het wereldvermaarde Kamerlingh Onnes Laboratorium in Leiden en het Natuurkundig Laboratorium van de Vrije Universiteit van Amsterdam werd tijdens de Tweede Wereldoorlog belangrijk natuurkundig onderzoek verricht. Dat gebeurde met unieke apparatuur. Een groot deel daarvan werd in de zomer van 1944 gevorderd en verhuisd naar Doetinchem.

Daarmee richtte de begaafde Duitse SS-fysicus Dr. Alfred Richard Boettcher in de Groen van Prinstererschool in de Wilhelminastraat een eigen laboratorium in. In Leiden had Boettcher drs. Jacob Kistemaker leren kennen die verbonden was aan het Kamerlingh Onnes Laboratorium. Samen met drie andere Nederlandse wetenschappers werkte Kistemaker daarnaast in Parijs ook voor de Duitse spionageorganisatie Cellastic. Toen in september 1944 de snel oprukkende geallieerden voet zetten op Nederlandse bodem, bracht Boettcher de laboratoriumapparatuur vanuit Doetinchem in allerijl per trein naar Duitsland. Daarna werkte hij in laboratoria in Duitsland met de Nederlandse apparatuur verder aan zijn onderzoeken totdat hij door de Amerikanen gevangen werd genomen. Ondanks het feit dat hij zijn laboratorium in de Doetinchemse school had verplaatst, werd het schoolgebouw door een Brits luchtbombardement op 21 maart 1945 met de grond gelijk gemaakt. De grote vraag voor het Doetinchemse verzet was: waarom toen pas? Een gebouw notabene dat in gebruik was als noodziekenhuis, zodat er vele slachtoffers vielen. Karel Berkhuysen deed hiernaar 13 jaar onderzoek. Hij schreef er een boek over dat binnenkort verschijnt.